Ode aan mezelf

Ik heb altijd al een brief aan mezelf willen schrijven. Of een soort van herinnering, een fragment uit het leven van 'mijn vroegere ik&...

Ik heb altijd al een brief aan mezelf willen schrijven. Of een soort van herinnering, een fragment uit het leven van 'mijn vroegere ik'. Want er zijn zoveel dingen die ik zo graag zou willen onthouden, die ik wil koesteren en waarderen zodat ik ze niet verkeerd ga onthouden of helemaal vergeten ben over tien jaar.

Over tien jaar. 22 mei 2027. Inmiddels zou ik zevenentwintig zijn, ruim over de grens van Volwassenland, misschien er al wel in zijn gesetteld, speel ik vader-en-moedertje in een gloednieuw huisje-boompje-beestje. Ik ben dan inmiddels officieel een vrouw. Voel je je dan een vrouw? Of ben je nog steeds een meisje, een tiener misschien? Ben je al geïnteresseerd in liefde, of heb je ontdekt dat liefde niks voor jou is? Het kan allemaal. Ben je ooit al eens verliefd geweest? Ik ben best benieuwd hoe dat is.
Over ruim een maand zou ik dan achtentwintig worden. Halleluja. Dat is bijna dertig. En dat is al bijna de helft van je leven.

Beste toekomstige ik: ik hoop dat je onthoudt dat ik me zeer gelukkig voel momenteel, op 22 mei 2017. Misschien niet zo bewust als ik het nu zo opschrijf, maar ik durf nu wel te zeggen dat ik me een tijdje geleden helemaal niet zo gelukkig voelde. Had vaak huilbuien zonder een duidelijke reden, had nauwelijks energie en sociaal doen voelde geforceerd en oncomfortabel. En dat kwam allemaal zomaar uit de lucht vallen. Ik denk altijd dat ik een gouden jeugd heb (gehad), dat ik mezelf daarmee gelukkig mocht prijzen en dat ik onkwetsbaar was, maar toen werd ik ineens overspannen. Al kon ik eigenlijk heel goed bedenken wat de reden was: te hard gewerkt in het examenjaar, met de meesterproef, met beeldende vorming, met examens en de jaarboekcommissie en alles. Mama zei: je gelooft het nu nog niet, maar het gaat echt weer voorbij. Da's nog zo'n ding. Zo'n fijne moeder als ik heb, heeft vast niemand. Want ze had gelijk. Ze heeft altijd gelijk.

Inmiddels is die fijne schoolklas uiteen gevallen en is iedereen zijn eigen weg gegaan — en zo hoort het ook. De routine van op school bij elkaar komen, klagen over vakken die niet eens zo heel saai zijn maar uit gewoonte zo voelen, terugfietsen, huiswerk, lachen ook.
Maar nog steeds spreek ik regelmatig af met C., klets ik dikwijls goed bij met T. en ga ik naar coole kunstige (of natuurkundige) dingen met R., allemaal lieve vriendinnetjes uit V6A. Maar ik heb ook nieuwe vrienden gemaakt. K. heb ik ontmoet tijdens de vooropleiding Art & Design van ArtEZ, met wie ik zoveel deel en zo'n fijne klik had al zo snel. Ik hoop dat ik die fijne vrienden mijn hele leven mag koesteren (al is het ook goed als het anders loopt, hoor). Ik hoop dat ik altijd zal blijven praten met degenen die mij dierbaar zijn. En dan bedoel ik echt praten, praten over de binnenkant en niet alleen over de gebeurtenissen en de actualiteiten. Ik weet dat ik dat nodig heb, diepe gespreksstof — en geen stille wateren, ondanks dat ik echt niet meteen mijn hele ziel bloot hoef te leggen. Dat zijn de gesprekken die ertoe doen.

Toekomstige ik, ik ben benieuwd of je de studie Graphic Design aan ArtEZ te Arnhem hebt afgemaakt. Ben je een grafisch vormgever, of doe je iets heel anders? Het kan bijna niet anders dan dat je iets in de kunsten doet, iets anders zou nooit tien jaar lang leuk zijn geweest. Misschien is het niet graphic design zelf, maar een ander aspect van het designvak. Of misschien doe je wel iets in de filmindustrie, ben je illustrator of schrijver of zangeres of allemaal tegelijk. Of misschien doe je tóch wel iets dat ik nu nooit zou kunnen bedenken, is er iets gebeurd waardoor je leven een compleet andere wending heeft genomen. De toekomst is onbekend, maar daarom des te spannender.

In september zal ik gaan starten in het eerste jaar van ArtEZ. God, wat is dat spannend, maar ook leuk en nieuw en zo anders dan alles wat ik ooit had durven dromen. Tenminste, zo sta ik er nu in. Door de vooropleiding heb ik de academie al behoorlijk goed leren kennen en de manier van werken is me al niet meer volslagen vreemd. Ik ken al een paar mensen die waarschijnlijk in mijn klas zitten. T. en L., en ook J., L. en P. (die zijn toegelaten bij Product Design), R. (Fashion Design) en E. en S. (Fine Art) en nog een boel anderen van gezicht. Ik voel me er al bijna thuis. Sinds de vooropleiding heb ik meer kunst gemaakt in een half jaar dan in al die jaren daarvoor. Dat zal in het eerste jaar wel niet anders worden.

Sinds de vooropleiding én sinds ik die vervelende periode achter de rug heb, ben ik mezelf meer dan ooit aan het ontwikkelen, merk ik, op allerlei vlakken. Ik durf me meer te kleden zoals ik leuk vind (bedankt debiele kledingvrijheid die er op ArtEZ heerst) — bijvoorbeeld gewoon all black, gewoon omdat dat mooi is (en niet omdat ik depressief ben dank u vriendelijk), of met mijn oversized trui in mijn broek gewóón omdat ik dat tof ook al zegt Broer dat het er niet uitziet. Ik heb geleerd eerlijke meningen te waarderen, maar heb daarmee meteen geleerd dat mijn stijl van mij is en van niemand anders. Ík moet het dragen en dus moet ík me er tof en comfy in voelen. Ik kocht dingen die ik anders nooit had gekocht. Een donkerblauwe oma-achtige pantalon waar ik inmiddels verliefd op ben. Een gekke groene blote-schouders-trui met een knipoog naar gothic mouwen en halslijnen. Zwarte glimmende brogues met dikke zool.


Ik heb ook geleerd mezelf mooi te vinden, al was dat nooit een heel groot issue voor mij. Ik ben tevreden met mijn lichaam, met mijn vormen en met mijn gezicht en mijn stem. En daar ben ik ontzettend dankbaar voor, dat ik niet ineenkrimp als ik een glimp van mezelf in een etalage opvang, als ik mijn stem hoor op een opname, dat ik me oprecht mooi en fijn voel als ik fijne kleding aanheb en mijn haar goed zit, en als het zeldzame kuiltje in mijn wangen stiekem naar voren piept wanneer het licht zo mooi op mijn gezicht valt. Ik zie mama's kaaklijn terug in mijn gezicht, ik herken de neus van opa en het gebit van papa. Maar ik heb mijn ogen van mezelf, en mijn lippen en mijn lach. Ik ben er trots op dat ik dat alles zonder make-up of verfraaiing van mijn fysiek heb ontdekt en heb kunnen (leren) waarderen, ondanks dat ik make-up niet per se iets negatiefs vind. Ik weet hoeveel meiden wel met hun zelfbeeld in de knoop zitten en ben me er daardoor des te bewuster van dat ik dankbaar mag zijn voor het feit dat ik niet walg van mezelf.

Maar niet alleen mijn kleding en mijn zelfbeeld heeft een verandering ondergaan. Ik heb geleerd me te omringen met de dingen die mij blij maken en die ik koester. Ik heb geleerd met een frisse en aandachtige blik te kijken naar films, écht te luisteren naar muziek en te onthouden wat ik mooi vond en waarom. Ik heb geleerd de gevoelens bewust te ervaren en toe te laten. Ik heb geleerd om te janken bij films, woordeloos een boek te lezen, veel te snel waardoor ik af en toe dingen nogmaals moet lezen omdat ik het plot heb gemist omdat het me zó intrigeert of raakt. Ik heb geleerd, vooral van mijn lieve grote broer die mij bekend maakte met het principe "kunst moet je raken, anders is het alleen maar een showcase van vaardigheden op de manier van kijk-eens-wat-voor-cool-camerastandpunt-ik-hier-gebruikt-heb-cool-hè?" Het medium van het kunstwerk moet onzichtbaar zijn (bijvoorbeeld de cuts in een film) en je tóch raken en dan is het fantastisch en prachtig. Je moet er niks van snappen en er tóch door worden weggeblazen, zoals When Marnie Was There, waar ik om moest huilen, en Toon Tellegen, waar de tijd van stil ging staan.
En het allermooiste van kunst is dat, hoe meer je ervaart wat je wel en niet mooi vindt, hoe meer je verbanden kunt leggen tussen verschillende kunst en je doorkrijgt wat al die kunst zo tof maakt, bijvoorbeeld de aanwezigheid van extreem prachtige gezichten zoals Ciara Renée in The Hunchback of Notre Dame als Esmeralda, of Pocahontas in de gelijknamige film, of een lachende Keira Knightley of die oudste zus uit Our Little Sister. Of het genre (soft) science-fiction, zoals The Lobster, Snowpiercer, Ex Machina, en ga zo maar door. Of de setting van China/Japan in de tijd van geisha's (zoals Avatar the Last Airbender, Memoires of a Geisha en de stop-motionfilm Kubo and the Two Strings — die ik een paar dagen geleden keek en supertof vond) of de gothicsetting uit The Phantom en uit Crimson Peak en het wattpadboek De winter van North Riverhall.
Het afgelopen jaar heb ik zoveel van mezelf en mijn smaak geleerd, alleen al door op zoek te gaan naar de dingen die ik prachtig of schokkend of geschift vind.

Datzelfde principe gaat op voor mijn ontwikkeling op muzikaal gebied. Ik merk het bij musicalles, waar we dit jaar West Side Story doen (weet je het nog, toekomstige ik? Ik wou dat ik in de toekomst kon kijken zodat ik kan weten hoe WSS zal gaan straks, in september). We hebben vorig jaar Oliver! gespeeld, waarin ik de rol van Charlotte (dochter van begrafenisondernemer) speelde — geen super bijzondere rol — maar ik wél in een prachtig kwartet zat (genaamd Koop bij mij) wat ontzettend goed ging en waarin ik mijn stem oprecht mooi vond. Het was het begin van een nieuwe periode op de Springplank, een blijere periode waarin ik mezelf meer durfde te laten zien aan de andere leerlingen (waar ik eerst door de drukte van school (en in mijn hoofd) nooit zo'n goeie band mee had) en aan M. en B., de zang- en regiedocenten. Zo zong ik een maand of wat geleden het nummer Love Never Dies (uit de gelijknamige musical van het vervolg op The Phantom of the Opera) voor, wat echt een (mezzo)sopraannummer is dat goed op mijn stem ligt en wat ik ook goed had voorbereid. Het ging dan ook heel goed en M. was een beetje flabbergasted geloof ik. Toen hadden we een gesprekje over of ik ooit aan conservatorium heb gedacht en wat ik na dit jaar zou gaan doen. Het was weer zo'n moment waarop ik dacht aan die eeuwige struggle tussen de kunst- en designkant waar ik zoveel feeling mee heb, en de muziek-, film- en toneelkant die ik ook zo ontzettend tof vind. Ik was toentertijd inmiddels al toegelaten voor GD op ArtEZ. Het is iets wat de laatste tijd wel vaker door mijn hoofd spookt. Ik weet niet of dat ooit helemaal weg zal gaan. Ik herkende het ook in het interview wat in de Vogue van 2015 stond met Wende Snijders, waarin ze uitlegde dat keuzes maken iets lastigs is omdat ze met zoveel dingen affiniteit heeft. Verdomd luxeprobleem is het ook, lekker belangrijk. Maar verdorie wel waar. Ik heb het uitgeknipt en in de derde A4-dummy geplakt. (Hopelijk heb ik al mijn dummy's en opschrijfboekjes bewaard in 2027!)


Maar door dat gesprek met M. nadat ik Love Never Dies had gezongen, ontdekte ik pas hoeveel mijn stem eigenlijk gegroeid is. Ik heb er veel meer controle over dan voorheen en weet welke liedjes perfect zijn voor mij en op welke manier je een mooie sound krijgt, hoe je ademhaalt. Maar totdat M. het aanstipte, had ik er nooit zo bij stilgestaan. Hij zei toen — hoe cliché kan het zijn — 'zingen is een reflectie van je ziel' en ik knikte maar een beetje want ik vond het nogal wollig klinken, maar achteraf dacht ik: wat als hij gelijk heeft? Sinds ik weer goed in mijn vel zit, ben ik met sprongen vooruit gegaan op (o.a.) muzikaal gebied zonder dat ik echt iets anders heb gedaan dan in voorgaande jaren, voor mijn gevoel. Maar wat als je stem werkelijk in verband staat met je geestelijke (of fysieke) gesteldheid? Ik hoor het zelf ook, de verrassing die op zijn gezicht stond na mijn nummer. Ik kan dingen, covers of fictieve podcasts, audio en film, opnemen en er ook echt naar luisteren, het mooi vinden wat ik zelf maak.

En doordat ik meer en meer op een aandachtige manier met kunst bezig ben geweest, zowel consumerend als producerend, weet ik precies wat ik zélf graag zou willen maken. Door te luisteren en na te bootsen wat je zelf prachtig vind, creëer je uiteindelijk (hopelijk) een sound die een mengeling van al die mooie dingen is. Zo merk ik dat mijn stem best wel begint te lijken op die van Sierra Boggess — simpelweg omdat ik onbewust haar licht klassieke sound, ademhaling et cetera een beetje heb gekopieerd — maar ook wat weg heeft van zangeressen als Laura Marling en Alice Phoebe Lou, die een rauwere ongetraindere stem hebben waar ook zoveel moois in zit. Het is zo tof om op die manier met zang bezig te zijn, het is nog veel toffer dan wat ik had verwacht. Ik wist niet dat er nog zoveel te halen viel in zingen — hoe naïef — maar des te leuker het nu is om al dat nieuws te mogen ontdekken met mijn stem.

Terug naar nu. Op het moment luister ik de soundtrack van de nieuwe musical The Hunchback of Notre Dame en inmiddels alweer die van de film The Danish Girl. En ik schrijf dit artikel, deze ode aan de mooie en minder mooie dingen van mij en alles wat er bij mij hoort. Ik heb vanmiddag samen met Broer een cadeautje gekocht voor mama, die woensdag jarig is. We gaan binnenkort weer zeilen in Friesland met de club. Mijn haar komt tot net over mijn schouder, mocht je geïnteresseerd zijn, toekomstige zelf. Ik bijt nog steeds op mijn nagels, en heb nog steeds sproeten en grote pupillen, beetje vooruitstekende tanden als ik lach zonder mijn best te doen. Heb jij nu nog steeds sproeten daar in 2027? Zijn je nagels nog altijd lelijk? Misschien wat wondjes hier en daar. Tja. Daar zal ik waarschijnlijk nooit vanaf komen. Als ik honderd ben zijn ze waarschijnlijk helemaal weg. En heb je inmiddels de houding van papa gekregen, lekker onderuitgezakt op de bank? Vast wel. Ik merk het nu al, dat Broer qua houding echt op mama lijkt en ik op papa. Zou dat komen met de jaren, die herkenning van jezelf in je familie?

Ik ben echt ouder aan het worden, op aan het groeien, aan het ervaren. Ik merk het ook wanneer ik met vriendinnen praat. Laatst had ik weer eens bijgekletst met T., beetje gewandeld, beetje gekletst over Grote Dingen en kleine dingen, over Plannen en Gevoelens en over al het andere ook nog. Zo fijn zijn dat soort gesprekken — maar dat had ik al gezegd. In ieder geval, T. en ik hadden het dus over haar liefdesperikelen en achteraf bedacht ik me weer hoe grappig het is dat iedereen zich aangetrokken voelt tot andere dingen en iedereen op zijn eigen tempo het leven doorleeft. Zo is T. al veel meer met liefde bezig dan ik — eigenlijk is praktisch iedereen meer bezig met liefde dan ik — maar dat is oké. Blijkbaar ben ik er nog niet aan toe, en zo voelt het ook. Ik ben er echt op nog geen enkele manier in geïnteresseerd. Ik ga nooit uit en voel me daar goed en fijn bij.
En andersom ben ik denk ik meer met kunst bezig dan zij, en ook dat is oké. Daar zijn we ook allemaal andere personen voor. Daar denk ik vaak aan als mensen mij ouder schatten, of juist jonger, en over dat leeftijd toch ook maar een getalletje is waar we met z'n allen zo veel waarde aan hechten.

Heb je een fijn leven, toekomstige ik? Ik hoop het voor je want ik gun het je zo. Je bent een fijn mens, dat denk ik tenminste.

En daar is deze ode ook voor. Een ode aan mezelf, aan wat dit tussenjaar voor me is gaan betekenen — meer dan ik eigenlijk had verwacht. Een ode aan mijzelf — aan degene die ik in mijn prille onbeduidende leventje al heb mogen leren kennen, de persoon die ik het afgelopen jaar zo ben tegengekomen en het meisje dat ik ben geworden tot en met vandaag. Het meisje dat zich goed voelt en dankbaar is voor dat gevoel.


En dit is ook een ode aan het onbekende, aan de persoon die ik de komende jaren nog mag gaan leren kennen, de persoon die ik zal worden en weer opnieuw zal uitvinden, en de persoon die ik daarná weer zal worden — want god, je bent gewoon nooit uitgepraat met jezelf! Kun je je dat voorstellen? Is eigenlijk maar goed ook, dan is er nog wat te onderzoeken de komende jaren. Anders zou het ook maar saai zijn.

Dit is een dankbaar artikel geworden, veel dankbaarder dan ik besefte dat ik eigenlijk van tevoren had bedacht/verwacht. Het is een artikel geworden over mijn gedachten van de afgelopen tijd, mijn ontdekkingen en mijn verwarringen. Want het is zo, ook al zul jij, mijn toekomstige ik, dit echt niet altijd inzien en zullen een hoop momenten ook gewoon heel gewóón zijn, saaiig of routinematig of allebei. En zelfs dat is oké. Het hoeft niet altijd fantastisch-euforisch-fabuleus te zijn. Het mag alleen best eens gezegd worden, dat de mensen mooi zijn en de woorden rijm en het leven fijn. Want zo is het.

alle illustraties in dit artikel zijn gemaakt door Merle Findhammer (ik dus) niet stelen bedankt

Gerelateerde posts

4 reacties

  1. Wauw! Niet alleen heb je dit super mooi verwoord, maar je worden raken ook. Je hebt me ontroerd met een bijzonder verhaal over het ontdekken van jezelf en de perikelen, dankbaarheid en liefde die daarmee gepaard gaan. Liefs, T.

    ReplyDelete
    Replies
    1. Je bent een schat, dankjewel <3 Fijn dat het zo overkwam, want dat was wel waar ik voor ging bij dit artikel! ^^

      Delete
  2. Wat prachtig verwoord en ook zo herkenbaar. Een tijdje terug was ik me ook allemaal vragen aan het stellen over hoe de toekomst er helemaal uit zou gaan zien en wat ik nu precies echt graag doe. En ik denk dat we ons inderdaad niet al te veel zorgen hoeven te maken maar dat het ook allemaal beetje bij beetje vanzelf komt. En van het durven van jezelf te zijn is helemaal super! Er is niets mooiers dan te zien hoe mensen zichzelf kunnen zijn en dat ook uiten via een lach en hun kleding. Dankjewel voor dit mooi artikel :)

    Heel veel liefde xx

    ReplyDelete
    Replies
    1. Wat een fijne comment, dank je wel Helene! Het komt inderdaad vaak gewoon vanzelf, als je er maar voor open staat. En nu ik weet dat dat níet altijd vanzelf gaat, ben ik daar des te dankbaarder voor! X

      Delete